vrijdag 27 maart 2026

Veranderde verbinding

 Het is er nog steeds, de verbinding die ik heb met Bert.

Het is anders dan voorheen, vanzelfsprekend.

Ik kan mijn liefde niet meer aan hem kwijt; zonder zijn fysieke aanwezigheid leven is een harde werkelijkheid.

Toch voel ik het nog steeds: als ik aan hem denk, als ik een foto zie, of als er iets gebeurt wat mij aan hem herinnert. Het verzacht dan in mij.

Die harde werkelijkheid wordt zichtbaar in het nieuwste werk dat ik vandaag heb gemaakt.

Het bestaat uit één van de plavuizen die we mee hebben genomen uit Zeewolde.


De nieuwe keuken die we in 2008 lieten maken door neef Peter had deze plavuizen op de vloer. Er was nog een stapeltje over, en die namen we mee.

Toen we hier in Ommen de tuin veranderden hebben we ze op de rand van de grote bloembakken laten plakken. Er bleven nog een paar over. Die gebruik ik bij ecoprinten op papier: bladeren tussen papier, heel stevig vastbinden tussen de plavuizen en koken…

Zo had ik er een paar gebruikt. Ze lagen de hele winter bij de tuindeur. Ik zag vorige week dat er eentje was gebroken.

Die bleef in mijn hoofd hangen.

Ik nam de twee helften mee naar binnen om te drogen. Ik dacht, ze moeten een nieuwe verbinding krijgen, net als Bert en ik…

Dus heb ik ze vandaag opnieuw verbonden. Met zelf getwijnde raffia.

Ze zitten weer aan elkaar vast. Anders dan voorheen. De breuklijn is te zien. Maar door het touw er omheen te knopen is de verbinding opnieuw gerealiseerd.

Anders, maar niet minder stevig. Anders, maar niet minder daar. Anders, en van een fragiele schoonheid.



maandag 9 maart 2026

Bart

 

Bart

De hele week heb ik aan hem gedacht. Zijn zwierige aanwezigheid, zijn hoed, zijn gulle lach.

De mooie witte Merc, en de ontmoetingen die we hadden.

We hadden wel iets met elkaar, de glaskunstenaar en ik.

Bert en ik deden bijvoorbeeld een weekeindje Rotterdam en gingen natuurlijk ook even bij Bart, Ineke en Bas langs. Ik vond het geweldig om met hem in de kelder te zijn en hem te laten vertellen over zijn werk met glas. De ontwerpen, het materiaal, het glas, ik mocht het allemaal zien. Daar was het niet mee klaar hoor, we moesten mee naar “De Ballentent”.



Heerlijk eten, mooie plek daar langs het water, fijne biertjes erbij voor de mannen en maar genieten.



Hij schiep een geweldige sfeer om zich heen, en had altijd een vriendelijk woord.

Ik herinnerde me deze week ook dat we de toertocht hadden die begon op de grasparkeerplaats in Ommen. Er was iets met hem. Zijn gezicht, zijn houding, ik kon het niet plaatsen maar maakte me er zorgen over.

Ik appte hem ’s avonds. Kerel, is er iets met je, ik zag wat aan je en kan dat niet plaatsen.

Ik had het goed gezien. Parkinson. Afschuwelijk.

De laatste keer dat we elkaar zagen was ook in Ommen. De club bestond tien jaar. Bij de garage waar we gingen kijken sprak ik even met Ineke. Het was niet gemakkelijk: het bewegen, het vooruitzicht. Hij vond het gezellig bij de schietclub en genoot van het eten. Duidelijk te zien, de gezelligheid vond hij heel fijn.

Daarna kwam de val.

Bert en ik gingen nog een keer op visite in Rotterdam, na een weekeinde Brugge. Ineke was alleen thuis, en ging in de middag naar Bart. Een kop koffie, even bijpraten en wij gingen weer naar huis.

Daarna werd Bert ziek, en stierf.

Wie weet, zijn ze ergens aan de babbel over oude Mercedessen…

Ze konden het samen goed vinden en dat zag ik tot mijn vreugde op de foto bij de uitvaart.

Ineke en Bart, Bert en ik. Bij de Ballentent.

Het leven was goed met die mannen.