Bart
De hele week heb ik aan hem gedacht. Zijn zwierige
aanwezigheid, zijn hoed, zijn gulle lach.
De mooie witte Merc, en de ontmoetingen die we hadden.
We hadden wel iets met elkaar, de glaskunstenaar en ik.
Bert en ik deden bijvoorbeeld een weekeindje Rotterdam en
gingen natuurlijk ook even bij Bart, Ineke en Bas langs. Ik vond het geweldig
om met hem in de kelder te zijn en hem te laten vertellen over zijn werk met
glas. De ontwerpen, het materiaal, het glas, ik mocht het allemaal zien. Daar
was het niet mee klaar hoor, we moesten mee naar “De Ballentent”.
Heerlijk eten, mooie plek daar langs het water, fijne
biertjes erbij voor de mannen en maar genieten.
Hij schiep een geweldige sfeer om zich heen, en had altijd
een vriendelijk woord.
Ik herinnerde me deze week ook dat we de toertocht hadden
die begon op de grasparkeerplaats in Ommen. Er was iets met hem. Zijn gezicht,
zijn houding, ik kon het niet plaatsen maar maakte me er zorgen over.
Ik appte hem ’s avonds. Kerel, is er iets met je, ik zag wat
aan je en kan dat niet plaatsen.
Ik had het goed gezien. Parkinson. Afschuwelijk.
De laatste keer dat we elkaar zagen was ook in Ommen. De
club bestond tien jaar. Bij de garage waar we gingen kijken sprak ik even met
Ineke. Het was niet gemakkelijk: het bewegen, het vooruitzicht. Hij vond het
gezellig bij de schietclub en genoot van het eten. Duidelijk te zien, de
gezelligheid vond hij heel fijn.
Daarna kwam de val.
Bert en ik gingen nog een keer op visite in Rotterdam, na
een weekeinde Brugge. Ineke was alleen thuis, en ging in de middag naar Bart.
Een kop koffie, even bijpraten en wij gingen weer naar huis.
Daarna werd Bert ziek, en stierf.
Wie weet, zijn ze ergens aan de babbel over oude
Mercedessen…
Ze konden het samen goed vinden en dat zag ik tot mijn
vreugde op de foto bij de uitvaart.
Ineke en Bart, Bert en ik. Bij de Ballentent.
Het leven was goed met die mannen.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten