16 juni.
Het is tussen de ene en de andere trouwdag in.
Op 20 juni 1986, bijna 40 jaar geleden, trouwde ik met mijn eerste
man. Nèt twee weken 21, en geen idee waar ik aan begon. Er vast van overtuigd
dat wij, met Jezus samen, alles konden oplossen wat er nu nog niet in orde was.
Dat was veel. Ik bleef zeven lange jaren ontzettend mijn
best doen om alles te regelen, op te lossen, hem gelukkig te maken en merkte
steeds meer dat ik het niet kon. De diepe machteloosheid hakte er hard in, en
rond mijn 27e nam ik uiteindelijk de beslissing om te scheiden.
Trouw zijn aan een man die alleen maar om zichzelf gaf, bleek niet te doen.
Trouw zijn aan mijzelf was nog het enige dat mij restte. Volkomen gebroken
begon ik aan een leven alleen.
Na een jaar of drie kwam er eindelijk wat ruimte na de diepe rouw die ik doormaakte. Ik werd straalverliefd op een andere man. Die was niet van mij alleen: hij was al getrouwd. Dat vond ik toen niet mijn probleem. Hij gaf mij een overweldigend gevoel van bemind worden. Dat was nieuw…
Toen ik mijzelf meer had ontwikkeld, me zekerder van mijzelf
voelde en ik behoefte had aan meer dan hij mij kon bieden heb ik het
uitgemaakt.
Toen kwam Bert. Mijn grootste liefde. Wij trouwden op 14
juni 2003.
Iedereen die ons ooit samen heeft gezien weet hoe ons
huwelijk was. Goud. Bij hem hoefde ik niks op te lossen: hij was helemaal goed
zoals hij was.
En nu die week tussen die twee data in.
De drie mannen zijn alle drie uit de tijd. De tweede ging
het eerst. Het kwam mij ter ore via LinkedIn. Hij was ziek en stierf binnen een
jaar. De derde ging als tweede: ook ziek, en binnen anderhalf jaar stierf hij. De
eerste stierf het laatste. Waar hij destijds voortdurend mee dreigde, bracht
hij eindelijk ten uitvoering, een paar maanden na Berts sterven. Zijn sterven
bracht vooral opluchting teweeg.
Het is een beetje rare week. Ik heb eindelijk de smartphone
van Bert in gebruik genomen. Hij had hem nèt voor hij ziek werd gekocht omdat
hij zin had in een nieuw speeltje. In het hospice heeft hij hem gauw afbetaald,
zodat ik hem kon gaan gebruiken. Mijn ouwe ding was hem een doorn in het oog.
Toch heb ik het daar nog tot afgelopen week mee gedaan. Te moeilijk, om die van
Bert te nemen.
Het is ook een rare week omdat afgelopen vrijdag weer een lief
mens uit de tijd kwam. Ook ziek. En veel te vroeg. Mijn collega’s en ik zijn er
aangeslagen door. We zoeken troost bij elkaar.
Het is een rare week. Alles komt voorbij: een zeer moeizaam huwelijk,
een gouden huwelijk, rouw, dankbaarheid om wat ik heb en heb gehad...
Het is een rare week.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten