dinsdag 9 juni 2026

Zo vreemd

 Ik voel me zo vreemd, zegt hij, op mijn vraag hoe hij zich voelt.

Het is de derde keer dat hij bij mij komt voor gesprekken over de rouw die hij ervaart na de dood van zijn vrouw. De vorige twee keren heeft hij me verteld hoe gelukkig hun huwelijk was, hoe overweldigend haar ziekteproces en het sterfbed. Ze overleed bijna twee jaar terug.

Zij was sterk en zelfstandig. Net als hij. Ze waren in de veertig toen ze elkaar leerden kennen. Hij was eerder getrouwd geweest en gescheiden, zij had nog niet eerder een betekenisvolle relatie gehad. Beiden hadden ze een goede baan binnen het bedrijfsleven. Hij solliciteerde bij het bedrijf waar zij werkte en kwam haar tegen bij het inwerkproces. Hij was direct van haar onder de indruk. Na een paar gesprekken bij de lunch in de kantine vroeg hij haar of ze zin had in een kop koffie. Jazeker, zei ze, ik haal wel even. Hij schoot in de lach. Ze lachte mee toen hij uitlegde dat hij haar graag buiten het bedrijf wilde ontmoeten. Een heerlijke lach, zei hij erbij.

Na twee jaar gingen ze samenwonen. Het ging goed. Ze hadden een mooi leven samen, en genoten volop.

Richting haar pensioen kwam daar verandering in. Ze kreeg pijn in haar buik. Een ander voedingspatroon hielp niet. De huisarts verwees door voor onderzoek. Het bleek foute boel. Kanker.

Een chemokuur, bestralingen, een operatie, het mocht niet baten en ze stierf. Hij stond haar bij, en regelde alle hulp die ze nodig had zodat ze thuis kon sterven.

Na haar overlijden regelde hij verder: de begrafenis, de nalatenschap, afspraken met vrienden en familie. Na een maand ging hij weer aan het werk. Het thuiskomen in het stille huis was moeilijk, maar het ging. Elke week ging hij eten bij zijn zus en zwager, hartverwarmend, vertelde hij.

Langzamerhand werd het stiller om hem heen. Tot het bijna niet meer te dragen was en hij, via de huisarts, bij mij terecht kwam om te praten. Dat vindt hij moeilijk: van nature geen prater.

Hij voelt zich vreemd. “Nee”, zegt hij, “dat is niet correct omschreven. Ik voel me vervreemd.”

“Waarvan?” vraag ik. Hij vindt het een goede vraag. En moet even nadenken. Ik geef hem nog een kop koffie.

“Van andere mensen. En van mijzelf.” Er valt een stilte. Zijn gezicht vertrekt. Ik zie een immense pijn.

Hij probeert uit alle macht zich in te houden, maar dan roept hij het uit: “En van haar! Ik weet haar stem niet meer!” Hij huilt. Het klinkt alsof zijn hart breekt. Het doet mij zelfs pijn.

Als het na een minuut of zes stokt, fluistert hij “Waarom moest zij nou toch doodgaan? Ik weet niet meer hoe ik verder moet.”

Het blijft nog even stil. Hij snuit zijn neus. “Mag ik wat water?” Natuurlijk.

Na nog wat stilte zegt hij dat hij al die tijd niet zo heeft gehuild. Dat hij doodmoe is. Maar wel opgelucht.

“Dankjewel”, zegt hij, “dat je mij laat huilen.”

-----------------------------------------------------------------------------------

Er is plaats voor nieuwe cliënten in mijn praktijk!

www.stoftotnadenken.net

 

3 opmerkingen: