Twee jaar terug ging het ineens heel hard met jou.
Twee jaar bijna dat ik je alleen op foto’s zie.
Of in mijn dromen.
Af en toe kom je langs, en hoewel ik dat koester, ben ik ook
bang dat ik je daarmee niet genoeg ruimte geef.
Wat maakt dat je me bezoekt? Dat ik je zo helder zie?
En dat ik hoor wat je zegt zonder te praten?
Dat ik voel wat je over me denkt, de liefde in je ogen.
Ik heb er mijn ogen niet voor nodig.
Ik weet dat je er bent.
Je ziet hoe het gaat he?
Steeds iets beter, en zelfs weer gelukkig, zomaar.
Dat het hart weer open gaat. Dat het blije ei weer
tevoorschijn komt.
Een beetje craquelé eitje, met kintsugi randjes.
Het hart weer open.
Nieuwe verbindingen, ander zicht.