maandag 14 september 2026

Belletjes en minimosjes


Verdiepen in de grote lijnen… bij de studie doen we dat met regelmaat.

Grote filosofen komen voorbij, interessante onderwerpen waar mijn hoofd superblij van aanslaat.

Lijntjes leggen met al eerder opgedane kennis, verbindingen leggen met ervaringen, in mijn hoofd klinken blije belletjes waardoor het hart ook mee gaat doen. De belletjes bevatten vragen en nog eens vragen, en OMG #hildaishappy

Een hele andere vorm van blij doe ik op wanneer ik na het weekeinde mijn week begin met een kop koffie in de tuin. Ik zet mij op het enige droge plekje in de zon, en zie na een paar slokken dit:




Het muurtje met de minimosjes. De zon schijnt erop; dauwdruppels lichten op.

Ik ga gauw mijn mobiel halen om foto’s te maken.

Zo klein als ze zijn, de meesten nog geen centimeter in doorsnee, hebben ze al gebloeid.

De mini-zaaddoosjes zijn zichtbaar. Eén mosje verder komen sterretjes tevoorschijn.

Echt. Wat heb ik nog meer nodig? Hopsakee. #hildaishappy



Ja, wat heb ik nog meer nodig? Nog wat extra zachtheid? 

Kijk dan... die fragiele gouden graszaadjes tegen het ijzer en de stevige draaier van de kamperfoelie...


En op de koop toe nog een reminder aan de vergankelijkheid.

Op mijn weg naar binnen ligt een afgevallen hortensiablaadje.

Ik leg het op mijn geheel verroeste stoeltje en kijk nou. Ze gaan in elkaar over.


Ik voel de belletjes in mijn ziel. Deze hebben geen vragen.

Wel een diepe vrede.

woensdag 9 september 2026

Ander werk

 Ander werk…

Naast mijn studie verlies- rouw- en stervensbegeleider werk ik als ZZP-er. Mijn bedrijf heet Stof Tot Nadenken. Mijn lief bedacht de naam in 2016, al tien jaar geleden!

Combi textiel en begeleiden. Jaren begeleidde ik mensen, en kwam de textiel “on the side”.

Na het overlijden van mijn man stopte het werk als begeleider. Dat ging even niet meer. 

Ondertussen werk ik als auditor voor iQ Coaches, waar ik voorheen begeleider was, en doe af en toe een EVC-traject voor EVC Centrum Vigor. En ik studeer. 

Er bleef toch iets wringen met betrekking tot het begrip “werken”: ik wil werk doen waar ik blij van word en wat voor mijn gevoel zin heeft.

Na wat gesprekken met Odette (Fijnbedraad) en Loes (iCoaching) kijk ik wat verder dan mijn neus lang is. Want met dat wipneusje van mij kom je niet zo ver…


Rondkijkend in mijn atelier zag ik ineens dat enorme stuk werk hangen: een lap roestbruin linnen op de rug van een lap prachtige handbedrukte stof die ik in Birmingham kocht 2 jaar terug. Ze waren al vastgeregen aan elkaar, ruim 1.10 breed en 3 meter lang.


Ik had in Birmingham schitterende jasjes gezien die met kantha waren doorgeregen, een prachtige techniek uit India. Maar die prijzen… ik dacht, dat kan ik zelf.

Met mijn nieuw visie op werk stelde ik mij voor, "Als ik dit nou eens als “werk” ga zien en er gewoon net zoveel tijd en aandacht aan geef als aan de studie en het andere werk? Wat zou er gebeuren?"

Het zakje met alle kleuren borduurgaren lag er nog: ik had een stuk van ongeveer 50 cm al doorgewerkt.

Ik heb mij geïnstalleerd met de verlaagde brede strijkplank; een perfect instrument voor grote stukken werk. De oude stoel van opa en oma erbij, perfecte werkhoogte en steun.

En bijna twee weken verder heb ik bijna twee meter doorgekantha’d. het geeft mij echt een diep geluk, dit. Meditatief de naald op en neer, dan eens groen, dan eens oranje of oker. Het geeft me vrede.

Straks maak ik er een jasje van. Kimonostyle, waar ik zo vreselijk van houd.

Verheug me nu al!