Ow wat is het een mooi boek.
“Wachten, een levenshouding” van Dirk de Wachter.
Over niet kunnen wachten, leren wachten en wachten zonder
verwachting.
“In een wereld die snelt, is wachten een daad. Geen passiviteit,
maar een bewuste vorm van leven.” Zo staat achterop het boek. En: “dit boek is
een pleidooi voor bedachtzaamheid, maar ook voor engagement: een vorm van
nabijheid bij jezelf, en bij de ander.”
Ik ben dol op de taal die de Wachter hanteert. Ik smul ervan
als waren zijn woorden lekkere bonbonnetjes.
Pralines, in het Vlaams.
Ik kon het boek niet, zoals ik vaak doe, in één ruk
uitlezen.
Het moest hoofdstukje voor hoofdstukje om het in alle rust
op mij in te laten werken.
Dat doe je ook met pralines, toch?
Van mijzelf ben ik niet altijd even bedachtzaam, en niet altijd
even geduldig.
Maar ik heb het (gedeeltelijk misschien) geleerd. Door het
leven heen, in allerlei situaties.
Het moeilijkste wachten was op diagnoses, op welke
behandeling, of de behandeling zou aanslaan, en daar tussendoor manoeuvreren
met nog wat leven.
Toen het duidelijk was dat we nog maar één mijlpaal hadden
om op te wachten werd het anders.
Geen verwachtingen meer. En wat blijkt?
Dan kun je alles afleggen. De belangrijke dingen regelen, en
alleen maar in liefde kijken naar wat was en naar wat is.
In mijn omgeving wordt opnieuw gewacht.
Een studie, een baan, gezondheid, het leven.
Komt het wel? Komt het wel goed?
Ik denk terug aan de rust van het wachten.
Die stille kamer, de sfeer die er was.
Ik breng mijzelf terug naar toen. Nu niet naar het verdriet,
maar naar die sfeer.
Geen tv, geen radio, geen podcast. Breien, een kaarsje, soulfood
maken voor in de diepvries. “Troost op ’t fornuus”, zoals Daniel Lohues in een
van zijn liedjes zingt.
Een beetje naar binnen keren terwijl ik naar buiten kijk,
naar die schitterende gele ginkgo.
De bomen aan de voorkant zijn al kaal, en ik zie de knoppen al. De hazelaars hebben al katjes zie ik.
Nu eerst de winter in.
Zal het stormen? Zal het koud worden? Zal het een zachte
winter voor ons zijn?
We wachten het wel af.
Ik steek de kachel aan, vanavond.
