maandag 14 september 2026

Belletjes en minimosjes


Verdiepen in de grote lijnen… bij de studie doen we dat met regelmaat.

Grote filosofen komen voorbij, interessante onderwerpen waar mijn hoofd superblij van aanslaat.

Lijntjes leggen met al eerder opgedane kennis, verbindingen leggen met ervaringen, in mijn hoofd klinken blije belletjes waardoor het hart ook mee gaat doen. De belletjes bevatten vragen en nog eens vragen, en OMG #hildaishappy

Een hele andere vorm van blij doe ik op wanneer ik na het weekeinde mijn week begin met een kop koffie in de tuin. Ik zet mij op het enige droge plekje in de zon, en zie na een paar slokken dit:




Het muurtje met de minimosjes. De zon schijnt erop; dauwdruppels lichten op.

Ik ga gauw mijn mobiel halen om foto’s te maken.

Zo klein als ze zijn, de meesten nog geen centimeter in doorsnee, hebben ze al gebloeid.

De mini-zaaddoosjes zijn zichtbaar. Eén mosje verder komen sterretjes tevoorschijn.

Echt. Wat heb ik nog meer nodig? Hopsakee. #hildaishappy



Ja, wat heb ik nog meer nodig? Nog wat extra zachtheid? 

Kijk dan... die fragiele gouden graszaadjes tegen het ijzer en de stevige draaier van de kamperfoelie...


En op de koop toe nog een reminder aan de vergankelijkheid.

Op mijn weg naar binnen ligt een afgevallen hortensiablaadje.

Ik leg het op mijn geheel verroeste stoeltje en kijk nou. Ze gaan in elkaar over.


Ik voel de belletjes in mijn ziel. Deze hebben geen vragen.

Wel een diepe vrede.

woensdag 9 september 2026

Ander werk

 Ander werk…

Naast mijn studie verlies- rouw- en stervensbegeleider werk ik als ZZP-er. Mijn bedrijf heet Stof Tot Nadenken. Mijn lief bedacht de naam in 2016, al tien jaar geleden!

Combi textiel en begeleiden. Jaren begeleidde ik mensen, en kwam de textiel “on the side”.

Na het overlijden van mijn man stopte het werk als begeleider. Dat ging even niet meer. 

Ondertussen werk ik als auditor voor iQ Coaches, waar ik voorheen begeleider was, en doe af en toe een EVC-traject voor EVC Centrum Vigor. En ik studeer. 

Er bleef toch iets wringen met betrekking tot het begrip “werken”: ik wil werk doen waar ik blij van word en wat voor mijn gevoel zin heeft.

Na wat gesprekken met Odette (Fijnbedraad) en Loes (iCoaching) kijk ik wat verder dan mijn neus lang is. Want met dat wipneusje van mij kom je niet zo ver…


Rondkijkend in mijn atelier zag ik ineens dat enorme stuk werk hangen: een lap roestbruin linnen op de rug van een lap prachtige handbedrukte stof die ik in Birmingham kocht 2 jaar terug. Ze waren al vastgeregen aan elkaar, ruim 1.10 breed en 3 meter lang.


Ik had in Birmingham schitterende jasjes gezien die met kantha waren doorgeregen, een prachtige techniek uit India. Maar die prijzen… ik dacht, dat kan ik zelf.

Met mijn nieuw visie op werk stelde ik mij voor, "Als ik dit nou eens als “werk” ga zien en er gewoon net zoveel tijd en aandacht aan geef als aan de studie en het andere werk? Wat zou er gebeuren?"

Het zakje met alle kleuren borduurgaren lag er nog: ik had een stuk van ongeveer 50 cm al doorgewerkt.

Ik heb mij geïnstalleerd met de verlaagde brede strijkplank; een perfect instrument voor grote stukken werk. De oude stoel van opa en oma erbij, perfecte werkhoogte en steun.

En bijna twee weken verder heb ik bijna twee meter doorgekantha’d. het geeft mij echt een diep geluk, dit. Meditatief de naald op en neer, dan eens groen, dan eens oranje of oker. Het geeft me vrede.

Straks maak ik er een jasje van. Kimonostyle, waar ik zo vreselijk van houd.

Verheug me nu al!

donderdag 27 augustus 2026

De zachtheid van een paardenbloempluisje

 Vanmorgen bracht ik jouw Grijze Dame weg.

Het voelde of ik opnieuw achter jou aanreed, achter de begrafenisauto.

Zwaarte in de benen, zwaarte in het hart.

Een onherroepelijke gang.

Ik aaide tijdens het rijden de stoel naast mij en noemde je naam.

“Ik vind het zo erg”, zei ik. “Het spijt me zo.”

 

Tussen Witharen en Ommerschans zag ik iets in de ster.

Een paardenbloempluisje… zachtheid.

Natuurlijk. Jij had me wel begrepen. Net als altijd.

 



Als ik ergens mee worstelde: een relatie die niet liep, werk dat me dwars zat, iets wat er gebeurd was en dat ik niet kon plaatsen.

De zachtheid waarmee jij mij vasthield. Mij bekeek. Mij aankeek.

Mij zag.

 

De Grijze Dame in de verkoop. Waarvan we altijd zeiden dat we dat nooit zouden doen.

Nee, “we” zouden dat niet doen.

Maar ik alleen kan haar niet houden.

Ze drinkt teveel en te duur, ze wil aandacht en zorg die jij met liefde bracht, maar die ik niet op kan brengen.

Het is niet leuk zonder jou.

 

Ik hoop met mijn hele hart dat er een derde eigenaar komt die net zo geniet van jouw Grijze Dame als wij het samen hebben gedaan.

Die er mee gaat rijden, gewoon, lekkere ritjes.

En die handige handjes heeft, om goed voor onze Dame te zorgen.

Ik ben blij dat jij dit zelf niet hebt hoeven doen, Bert.

En ik ben blij dat je mij even wat zachtheid stuurt, want wat zal ik onze Dame missen.

Ze was echt een deel van jou.

Stuur nog even een liefhebber als je wilt, ja?

 

 

dinsdag 16 juni 2026

Een rare week.

16 juni.

Het is tussen de ene en de andere trouwdag in.

Op 20 juni 1986, bijna 40 jaar geleden, trouwde ik met mijn eerste man. Nèt twee weken 21, en geen idee waar ik aan begon. Er vast van overtuigd dat wij, met Jezus samen, alles konden oplossen wat er nu nog niet in orde was.

Dat was veel. Ik bleef zeven lange jaren ontzettend mijn best doen om alles te regelen, op te lossen, hem gelukkig te maken en merkte steeds meer dat ik het niet kon. De diepe machteloosheid hakte er hard in, en rond mijn 27e nam ik uiteindelijk de beslissing om te scheiden. Trouw zijn aan een man die alleen maar om zichzelf gaf, bleek niet te doen. Trouw zijn aan mijzelf was nog het enige dat mij restte. Volkomen gebroken begon ik aan een leven alleen.

Na een jaar of drie kwam er eindelijk wat ruimte na de diepe rouw die ik doormaakte. Ik werd straalverliefd op een andere man. Die was niet van mij alleen: hij was al getrouwd. Dat vond ik toen niet mijn probleem. Hij gaf mij een overweldigend gevoel van bemind worden. Dat was nieuw…

Toen ik mijzelf meer had ontwikkeld, me zekerder van mijzelf voelde en ik behoefte had aan meer dan hij mij kon bieden heb ik het uitgemaakt.

Toen kwam Bert. Mijn grootste liefde. Wij trouwden op 14 juni 2003.

Iedereen die ons ooit samen heeft gezien weet hoe ons huwelijk was. Goud. Bij hem hoefde ik niks op te lossen: hij was helemaal goed zoals hij was.

En nu die week tussen die twee data in.

De drie mannen zijn alle drie uit de tijd. De tweede ging het eerst. Het kwam mij ter ore via LinkedIn. Hij was ziek en stierf binnen een jaar. De derde ging als tweede: ook ziek, en binnen anderhalf jaar stierf hij. De eerste stierf het laatste. Waar hij destijds voortdurend mee dreigde, bracht hij eindelijk ten uitvoering, een paar maanden na Berts sterven. Zijn sterven bracht vooral opluchting teweeg.

Het is een beetje rare week. Ik heb eindelijk de smartphone van Bert in gebruik genomen. Hij had hem nèt voor hij ziek werd gekocht omdat hij zin had in een nieuw speeltje. In het hospice heeft hij hem gauw afbetaald, zodat ik hem kon gaan gebruiken. Mijn ouwe ding was hem een doorn in het oog. Toch heb ik het daar nog tot afgelopen week mee gedaan. Te moeilijk, om die van Bert te nemen.

Het is ook een rare week omdat afgelopen vrijdag weer een lief mens uit de tijd kwam. Ook ziek. En veel te vroeg. Mijn collega’s en ik zijn er aangeslagen door. We zoeken troost bij elkaar.

Het is een rare week. Alles komt voorbij: een zeer moeizaam huwelijk, een gouden huwelijk, rouw, dankbaarheid om wat ik heb en heb gehad...

Het is een rare week.



dinsdag 9 juni 2026

Zo vreemd

 Ik voel me zo vreemd, zegt hij, op mijn vraag hoe hij zich voelt.

Het is de derde keer dat hij bij mij komt voor gesprekken over de rouw die hij ervaart na de dood van zijn vrouw. De vorige twee keren heeft hij me verteld hoe gelukkig hun huwelijk was, hoe overweldigend haar ziekteproces en het sterfbed. Ze overleed bijna twee jaar terug.

Zij was sterk en zelfstandig. Net als hij. Ze waren in de veertig toen ze elkaar leerden kennen. Hij was eerder getrouwd geweest en gescheiden, zij had nog niet eerder een betekenisvolle relatie gehad. Beiden hadden ze een goede baan binnen het bedrijfsleven. Hij solliciteerde bij het bedrijf waar zij werkte en kwam haar tegen bij het inwerkproces. Hij was direct van haar onder de indruk. Na een paar gesprekken bij de lunch in de kantine vroeg hij haar of ze zin had in een kop koffie. Jazeker, zei ze, ik haal wel even. Hij schoot in de lach. Ze lachte mee toen hij uitlegde dat hij haar graag buiten het bedrijf wilde ontmoeten. Een heerlijke lach, zei hij erbij.

Na twee jaar gingen ze samenwonen. Het ging goed. Ze hadden een mooi leven samen, en genoten volop.

Richting haar pensioen kwam daar verandering in. Ze kreeg pijn in haar buik. Een ander voedingspatroon hielp niet. De huisarts verwees door voor onderzoek. Het bleek foute boel. Kanker.

Een chemokuur, bestralingen, een operatie, het mocht niet baten en ze stierf. Hij stond haar bij, en regelde alle hulp die ze nodig had zodat ze thuis kon sterven.

Na haar overlijden regelde hij verder: de begrafenis, de nalatenschap, afspraken met vrienden en familie. Na een maand ging hij weer aan het werk. Het thuiskomen in het stille huis was moeilijk, maar het ging. Elke week ging hij eten bij zijn zus en zwager, hartverwarmend, vertelde hij.

Langzamerhand werd het stiller om hem heen. Tot het bijna niet meer te dragen was en hij, via de huisarts, bij mij terecht kwam om te praten. Dat vindt hij moeilijk: van nature geen prater.

Hij voelt zich vreemd. “Nee”, zegt hij, “dat is niet correct omschreven. Ik voel me vervreemd.”

“Waarvan?” vraag ik. Hij vindt het een goede vraag. En moet even nadenken. Ik geef hem nog een kop koffie.

“Van andere mensen. En van mijzelf.” Er valt een stilte. Zijn gezicht vertrekt. Ik zie een immense pijn.

Hij probeert uit alle macht zich in te houden, maar dan roept hij het uit: “En van haar! Ik weet haar stem niet meer!” Hij huilt. Het klinkt alsof zijn hart breekt. Het doet mij zelfs pijn.

Als het na een minuut of zes stokt, fluistert hij “Waarom moest zij nou toch doodgaan? Ik weet niet meer hoe ik verder moet.”

Het blijft nog even stil. Hij snuit zijn neus. “Mag ik wat water?” Natuurlijk.

Na nog wat stilte zegt hij dat hij al die tijd niet zo heeft gehuild. Dat hij doodmoe is. Maar wel opgelucht.

“Dankjewel”, zegt hij, “dat je mij laat huilen.”

-----------------------------------------------------------------------------------

Er is plaats voor nieuwe cliënten in mijn praktijk!

www.stoftotnadenken.net

 

zondag 31 mei 2026

Koud zonder jou

 Het speelt steeds door mijn hoofd deze week, dat lied van André Hazes. “Het is koud zonder jou”. Met de karakteristieke uithaal, die “de snik” wordt genoemd…

André Hazes - Het Is Koud Zonder Jou (Live In Het Concert Gebouw Amsterdam / 1982)

En potverdikke nog aan toe, wat klopt dat.

De afgelopen week was het heet buiten. Maar ik had het koud. Die voetjes, niet warm te krijgen. Ik ben op een gegeven moment het onkruid gaan wieden in de volle zon, voor het huis. Dat hielp. Maar weer binnen, heel snel weer koud.

Rouw heeft enorme impact op je lijf. Dat heb ik dus afgelopen week gemerkt. Want wat ik niet doorhad eigenlijk, was dat het afgelopen donderdag anderhalf jaar geleden was dat Bert stierf.

Het lichaam spreekt het verdriet uit, dat is het.

Er zijn boeken over: “Van missen krijg je het koud” van Sandra Jongeneelen, en “Het rouwende lichaam”, van Mary-Frances O’ Connor. Je vindt er uitleg in, voorbeelden en adviezen.

Bij mij was het koud, afgelopen week. Zelfs bij 32 graden. En even, ook weer die diepe moeheid van het begin. Zonder er verder aan te denken bracht ik de Grijze Dame donderdag voor de APK naar de garage, en reed ik in de avond een mooie ronde.

Vrijdag, 3 lange dutjes en nog uitgeput. Huiswerk lukte helemaal niet want de executieve functies waren verdwenen in een soort vies papje. Vroeg naar bed, want zaterdag naar school in Utrecht.

Ik zag er vreselijk tegenop. Eerst al de trein, en dan de hele dag door. Het was zwaar.

Toen de docent in de middag vroeg of het wel ging braken de sluizen. Na een liefdevol gesprek ben ik naar huis gegaan.

Gelukkig hebben we de zonnebril. De tranen bleven maar lopen in de trein.

Om half zeven lag ik al in bed. Bijna het klokje rond later werd ik wakker.

Het drupt nog wat na, vandaag, en het blijft koud, zonder jou.

Hopelijk is het morgen beter. Dan weijt ’t wel weer veurbij…

En de wind mar weijen




 

 

maandag 20 april 2026

Monument

 

Monument

Ergens in juli 2025 maakte ik een start met het kunstwerk “Monument van vergankelijkheid” in de tuin.

Ik gebruikte twee stukken tuingereedschap waar Bert mee werkte, bond ze tussen de bomen en zette er een schering in van zelfgetwijnd touw van raffia. Dat twijnen is intensief handwerk, op dezelfde manier waarmee ze in de oertijd al touw maakten van vezels die ze tegenkwamen. Ik vind het heerlijk om te doen.

De inslag maakte ik van snoeiafval. Allemaal uit eigen tuin, met de insteek dat het vanzelf vol zou raken tot bovenaan. Dat gebeurde niet. Het bleef ergens op driekwart steken. Er was denk ik nog wat tijd nodig.



De afgelopen winter was het stuk natuurlijk blootgesteld aan weer en wind, sneeuw, vorst en regen. Het verkleurde met de elementen mee.

Nu het voorjaar is, en het groen de grond uitschiet, zie ik iets gebeuren dat voor mij symbolische betekenis heeft… de grauwe kleuren van verweerd plantenafval lichten op door puur witte bloemen.



Het loopt parallel met voor mij de grauwe laag van verlies, waar nu merkbaar meer zachtheid ontstaat; de harde plantenvezels verteren voorzichtig en er komen nieuwe accenten.  

Net als bij mij vanbinnen. Hoewel verlies aanwezig blijft en zichtbaar is, groei ik er dwars door- en omheen. Soms in schril contrast. Maar het gebeurt wel…

vrijdag 27 maart 2026

Veranderde verbinding

 Het is er nog steeds, de verbinding die ik heb met Bert.

Het is anders dan voorheen, vanzelfsprekend.

Ik kan mijn liefde niet meer aan hem kwijt; zonder zijn fysieke aanwezigheid leven is een harde werkelijkheid.

Toch voel ik het nog steeds: als ik aan hem denk, als ik een foto zie, of als er iets gebeurt wat mij aan hem herinnert. Het verzacht dan in mij.

Die harde werkelijkheid wordt zichtbaar in het nieuwste werk dat ik vandaag heb gemaakt.

Het bestaat uit één van de plavuizen die we mee hebben genomen uit Zeewolde.


De nieuwe keuken die we in 2008 lieten maken door neef Peter had deze plavuizen op de vloer. Er was nog een stapeltje over, en die namen we mee.

Toen we hier in Ommen de tuin veranderden hebben we ze op de rand van de grote bloembakken laten plakken. Er bleven nog een paar over. Die gebruik ik bij ecoprinten op papier: bladeren tussen papier, heel stevig vastbinden tussen de plavuizen en koken…

Zo had ik er een paar gebruikt. Ze lagen de hele winter bij de tuindeur. Ik zag vorige week dat er eentje was gebroken.

Die bleef in mijn hoofd hangen.

Ik nam de twee helften mee naar binnen om te drogen. Ik dacht, ze moeten een nieuwe verbinding krijgen, net als Bert en ik…

Dus heb ik ze vandaag opnieuw verbonden. Met zelf getwijnde raffia.

Ze zitten weer aan elkaar vast. Anders dan voorheen. De breuklijn is te zien. Maar door het touw er omheen te knopen is de verbinding opnieuw gerealiseerd.

Anders, maar niet minder stevig. Anders, maar niet minder daar. Anders, en van een fragiele schoonheid.



maandag 9 maart 2026

Bart

 

Bart

De hele week heb ik aan hem gedacht. Zijn zwierige aanwezigheid, zijn hoed, zijn gulle lach.

De mooie witte Merc, en de ontmoetingen die we hadden.

We hadden wel iets met elkaar, de glaskunstenaar en ik.

Bert en ik deden bijvoorbeeld een weekeindje Rotterdam en gingen natuurlijk ook even bij Bart, Ineke en Bas langs. Ik vond het geweldig om met hem in de kelder te zijn en hem te laten vertellen over zijn werk met glas. De ontwerpen, het materiaal, het glas, ik mocht het allemaal zien. Daar was het niet mee klaar hoor, we moesten mee naar “De Ballentent”.



Heerlijk eten, mooie plek daar langs het water, fijne biertjes erbij voor de mannen en maar genieten.



Hij schiep een geweldige sfeer om zich heen, en had altijd een vriendelijk woord.

Ik herinnerde me deze week ook dat we de toertocht hadden die begon op de grasparkeerplaats in Ommen. Er was iets met hem. Zijn gezicht, zijn houding, ik kon het niet plaatsen maar maakte me er zorgen over.

Ik appte hem ’s avonds. Kerel, is er iets met je, ik zag wat aan je en kan dat niet plaatsen.

Ik had het goed gezien. Parkinson. Afschuwelijk.

De laatste keer dat we elkaar zagen was ook in Ommen. De club bestond tien jaar. Bij de garage waar we gingen kijken sprak ik even met Ineke. Het was niet gemakkelijk: het bewegen, het vooruitzicht. Hij vond het gezellig bij de schietclub en genoot van het eten. Duidelijk te zien, de gezelligheid vond hij heel fijn.

Daarna kwam de val.

Bert en ik gingen nog een keer op visite in Rotterdam, na een weekeinde Brugge. Ineke was alleen thuis, en ging in de middag naar Bart. Een kop koffie, even bijpraten en wij gingen weer naar huis.

Daarna werd Bert ziek, en stierf.

Wie weet, zijn ze ergens aan de babbel over oude Mercedessen…

Ze konden het samen goed vinden en dat zag ik tot mijn vreugde op de foto bij de uitvaart.

Ineke en Bart, Bert en ik. Bij de Ballentent.

Het leven was goed met die mannen.

 

dinsdag 10 februari 2026

Opstaan

 Langzaamaan sta ik op. Ga ik weer wat verderop.

Verandering. Ik maak keuzes voor mijzelf. Laat dingen los.
“Moet het weer eens anders?”, zou Bert zeggen.
Ja. Het moet weer anders.

Want ik verander. Ben minder dat blije ei met leuke bloemenfotootjes op Facebook. Ik kijk er wel elke dag naar, maar foto’s maken, ach. Ik heb er lang niet altijd zin in.

Waar ik nu op aansla is anders dan vroeger. De gesprekken van één op één, bijvoorbeeld. Supervisiegesprekken, interviews voor www.rouwinformatie.nl, als het maar ergens over gaat en ik de ruimte krijg om met de ander de diepte in te gaan. En de diepte aan te gaan.




Vroeger deed ik dat vooral met Bert, en hier en daar met een enkeling. Ik kon de hele dag door met Bert dingen delen, niks was te gek. Soms maakte hij zich eraf met een kwinkslag, waar ik dan vreselijk om moest lachen. Maar vaker waren we op zoek. Naar achtergronden, oorzaken en mogelijkheden. Als IT-man was hij bijzonder oplossingsgericht, maar met zijn slimme en onderzoekende geest vond hij het ook geweldig om breder te kijken en onze hersenen aan elkaar te slijpen.

Nu richt ik mij op anderen. Want die behoefte aan ‘de diepte in’ verandert niet. Ik geniet er enorm van om met hier en daar een vraag een ander tot inzicht te laten komen. Of om met een enkele uitleg van wat er gebeurt wanneer iemand je triggert, de ander te laten weten dat zijn of haar reactie normaal is en heel efficiënt. En dan eens kijken of de manier waarop je vervolgens handelt wel werkt. Helpt die je in menselijk verkeer? Als je iets gedaan wilt krijgen? Of je wilt de ander met je mee hebben?
Wat doe ik dat graag. En het werkt ook, ik krijg het terug.

Ik ben klaar voor een uitbreiding van uren en werk.
Binnenkort hoor je meer! Plannen zijn in de maak…

Wil je nu al gesprekken bij mij? Dat kan. Je kunt terecht met je zorgdilemma’s, rouw- en verliesvragen, etc.
Check voor de gegevens mijn website: www.stoftotnadenken.net voor de mogelijkheden!
Ik kijk uit naar jou!


woensdag 31 december 2025

oudejaarsdag 2025

Het is een moeilijke dag vandaag.

Oudejaarsdag 2025.

Ik wil helemaal niet dat dit jaar ophoudt, want als dat gebeurt, over een paar uur al, dan kan ik nooit meer zeggen dat mijn lieve Bert vorig jaar nog leefde.

En dat doet zo’n pijn.

Het is net, of hij verder weg staat als het 1 januari 2026 is.

Het was een moeilijk jaar, dat hele 2025. De vele gezichten die rouw heeft, niet te filmen. De diepten ervan, de lagen. De keren dat ik verdriet in de spiegel ontmoet. En in de ogen van de ander, die ook verdriet om Bert heeft. Of verdriet omdat ik verdriet heb.

Het lichaam heeft ook te lijden. Diepe moeheid, ik dacht, tja. Logisch he. Maar het bleek bloedarmoede te zijn. Meteen al die andere rare dingen verklaard. Hopen dat de ijzertabletjes helpen.

Wat helpt is het borduren aan mijn rouwkleed. Ik reis er al een jaar mee door de tijd, van het knopen en verven tot de eerste lange scheur erin, het verbinden van onze levenslijnen, en het borduren van de spiraal van goud. Onze liefde die uitwaaiert, net zolang tot de rand bereikt is, daar waar Berts lijn stopt, en die van mij verder moet gaan.



Ik weet nog niet hoe dat eruitziet, net als ik mij nu niet kan voorstellen hoe 2026 eruit gaat zien.

Ik heb, als richtlijn, wel een bericht van Bert gekregen in een droom. Het was zo indringend dat ik huilend en in blinde paniek wakker werd. Ik zocht meteen de betekenis op… het is tijd dat ik hem loslaat.  Ik heb de droom opgeschreven, zodat ik ‘m niet vergeet.  Dus toch… 2026 in, en er maar op vertrouwen dat hij bij mij blijft in liefde, zodat ik verder kan. Mijn eigen leven in.

Al hoe moeilijk ik dat ook vind. Het tweede jaar zonder mijn lief. Zonder zijn allesomvattende knuffels, zijn heerlijke lach en zijn ondeugendheid.

Oudejaarsavond 2025. Top 2000, de koelkast uitgesopt, lege flessen weggebracht: die dingen deed Bert altijd. Ik heb boodschappen gedaan voor zaterdag als er zo’n 20 buren snert komen eten. 

Het was een moeilijk jaar, 2025. 2026 zal ook niet altijd gemakkelijk zijn.

Er staat op mijn kast een mooie kaart. met een mooie tekst: "Mag kwetsbaarheid je gids zijn en veerkracht je bondgenoot"... 

Perspectief is er gelukkig wel. En inspiratie. En jullie.


 

woensdag 17 december 2025

kerstkaart

 

Dit jaar van mij geen kerstkaart.

Gek he, vorig jaar kon ik het wel, nu niet.

Net als de kerstboom.

Ik kan het niet opbrengen.

De kerstquilt hangt wel, omdat ik niet wist hoe het zonder te doen.

 

Het staat voor mij symbool voor afgelopen jaar.

Sommige dingen geven vreugde.

De opleiding, bijvoorbeeld, ik geniet er enorm van.

En dan na school bij vrienden en familie eten, zo fijn!

Lekker met de Grijze Dame en mijn neef Rien 200 per uur over de Autobahn, wat heerlijk.

En de tijd in Frankrijk, een hele fijne tijd met lieve mensen en werk waar ik blij van werd.

 

Maar er is, natuurlijk, het gemis.

Het is soms niet te geloven pijnlijk.

En het heeft invloed: het brein doet stom, ik heb hulp nodig bij dingen die ik anders zonder blikken of blozen deed.

 


Er is een soort laag van basisblij weg, bij mij, heb ik gemerkt.

Ik word wat korter veur de kop. Heb minder geduld.

Ik heb geen zin meer om aan de conventie te voldoen.

Geen energie voor wat ik vroeger gezellig vond.

Grotere groepen met mensen, ik kan het niet meer hebben, behalve in rustige settingen: studiedag waarbij mensen zitten, prima. Maar lopen ze in de lunchtijd allemaal door elkaar heen en wordt er veel en gezellig bijgekletst, dan is het bij mij snel op.

Te veel afspraken in een week gaat ook niet.

Het is echt een marathon, terwijl ik liever een wandeling maak.

 

Dus. Geen kerstkaarten dit jaar. En ook geen boom.

Wel heel veel liefs gewenst van mij. En warmte en licht. En hoop.

Hilda

zondag 23 november 2025

kantoor

 “Het zijn niet de antwoorden die je geeft die het meest helpen, maar je volgehouden beschikbaarheid om te luisteren naar gevoelens en gedachten”.

Dit citaat komt uit het boek “Helpen bij verlies en verdriet” van Manu Keirse. Ik kan het iedereen aanraden. 

Het citaat staat in een groengekleurd blokje met tips voor de omgeving van rouwenden. Het spreekt mij bijzonder aan. Boven dit blokje staat er net zo een maar dan met tips voor rouwenden zelf. Wat mij daar raakt is deze:

“Herhaaldelijk je verhaal vertellen is een deel van je rouwarbeid. Soms heb je iemand nodig die niet zelf geraakt wordt door het verlies, want voor je naasten is de pijn soms te zwaar om te dragen”.

Daarom ga ik binnenkort naar de poh-ggz: daar kan ik praten zonder het gevoel te hebben voorzichtig te moeten zijn omdat ik niet weet of de ander mijn verdriet kan dragen. Ik merkte van de zomer al dat mensen die ook van Bert hebben gehouden geraakt zijn als ze mij zien. Als ze mij zien, zien ze Bert niet. En dat is erg confronterend. Voor hen. Maar ook voor mij. Ik neem het waar. En ik kan niet van iedereen verwachten dat ze daar mee om kunnen gaan, denk ik.

Ik heb die vrijplaats nodig omdat ik, nu het bijna een jaar geleden is dat Bert stierf, het verdriet heel zwaar voel. Mijn brein heeft het moeilijk: ik merk dat gecompliceerde taken niet goed gaan, en zeker niet lang vol te houden zijn. Het werkt wel, heel hard zelfs: de bekende breinprofessor Eric Scherder vertelt: “Je brein gebruikt normaal 25 % van zijn capaciteit. Bij rouw zijn heel veel verschillende gebieden in de hersenen aan het werk. Ze werken allemaal mee bij het leren omgaan met de nieuwe situatie. Dat kan nog jaren duren. Zo gek is het dus niet dat je soms zo moe kan zijn”.

De laatste anderhalve maand merk ik hoe snel zijn ziekte- en sterfproces ging, vorig jaar. Ik beleefde opnieuw mijn eigen onvermogen, de pijn die hij had, de dag van de uitslag van de petscan. Alles wat langskwam een jaar geleden, weer opnieuw.

Verergerd met brainfog, waardoor sommige werkzaamheden gewoon niet te doen zijn. Het schrijven van gecompliceerde rapporten, het brein schakelt uit. Maar er wachten mensen op het rapport. En dat maakt het heftig. Gelukkig, ik hoef maar te vragen, en er wordt een oplossing gezocht en gevonden. Maar ik schaam me ervoor, voor mijn dubbele onvermogen. Ook al weet ik dat het erbij hoort.

En verergerd door de marathon van gemis. De stilte in mijn huis. De leegte van zijn kamer.

Ik zag vanmorgen een prachtig interview met Jan Siebelink, die zijn vrouw verloor. Hij vertelde over de moeite om zijn weg te vinden in het huis. Niet meer te kunnen werken in zijn studeerkamer. Ik dacht meteen aan dat lege kantoor van Bert. Mijn kantoor, voorheen garage, met plat dak, is erg koud in deze tijd van het jaar.

Vanmiddag heb ik dus mijn kantoorspullen verhuisd naar Berts’ kantoor. Niet meer die vreselijke lege kamer als ik voorbijloop, maar gewoon mijn eigen kantoor. Met wel, nog steeds, die fijne rode hoody op de rugleuning van zijn burostoel. Een steun in de rug, zeg maar… Ik kan hem goed gebruiken.

zaterdag 25 oktober 2025

rouwbrein

 

Wat moet je zeggen als mensen vragen hoe het met je gaat?

Voor mij is het afhankelijk van een aantal dingen: met wie praat ik? Hoe is mijn eigen stemming? Waar zijn we?

Soms geef ik dus nietszeggende antwoorden als “op en af” of “ zoals te verwachten valt” of gewoon domweg “goed hoor”.

Als ik merk dat degene met wie ik praat zelf teveel op zijn/ haar bordje heeft dan houd ik ‘m neutraal.

Als ik merk dat degene met wie ik praat echt wil weten en kan horen hoe het gaat, vertel ik iets meer.

Dan kan het best zijn dat je even een verhaal voor je kiezen krijgt van hoe het met mij gaat.

Dat het in de grote lijn wel vooruit gaat, maar dat er dagen zijn dat ik mij er toe moet zetten om onder de douche te gaan. Dagen dat ik na 20 minuten aan een rapport werken, dat allang af had gemoeten, de rest wel kan schudden. Dan zegt mijn rouwbrein, ‘wat dacht je nou zelf’.

En dan is het die dag niet mogelijk om naast boodschappen en Netflixen iets anders te doen.

Omdat mijn hoofd bij Bert is.

Daar zijn we dan.

Wil je weten hoe het gaat?


Ik denk voortdurend aan vorig jaar. Hoe ziek hij was. Dat hij steeds minder kon eten, en drinken amper ging. Dat hij erge pijn had, en het liefst maar op bed lag. En dat mijn onmacht door het dak ging. En het is bijna zover dat ik hem voor de PET scan naar het ziekenhuis bracht, om hem nooit meer thuis te krijgen.

Nog maar een goeie maand, en dan is zijn sterfdag.

Hoe gaat het met me.

Ik heb huilbuien, een rouwbrein, en ook goeie dagen waarop het wel lukt.

Het is moeilijk. Ik doe mijn best. Ik ben een work in progress.

 

maandag 20 oktober 2025

Zachtheid



Je stuurt me zachtheid, denk ik, als ik dat veertje zie.

Zachtheid met tranen.

Soms een vogel, dan een vlinder, nu een veertje.

In de stilte van zo’n ogenblik verbind ik mij met jou.

 

Het is een moeilijke tijd.

Ik denk mij vaak terug naar vorig jaar.

De pijn, het verdriet.

Die ontzettende dappere houding van je: de trap op en af zonder je voeten te gebruiken en daar dan ook nog een grap over maken.

Ik merk nu pas hoe snel het ging, dit proces, steeds minder eten, geen koffie meer verdragen.

Elke dag de zuster voor de wonden, de akeligheid daarvan.

 

Mijn onvermogen, mijn onhandigheid.

En dan toch die liefde in je ogen.

Je zachtheid.

Bijna aan het einde nog even naar buiten.

Ogen dicht, en toch die liefde op je gezicht…

 

Tot het einde toe.

Zacht, liefdevol, zo sterk.

Hoe ik je mis…

maandag 22 september 2025

gat

 

Het gat in mijn ziel

Soms groter dan mijn huid

De leegte van die grote man

Ik pas er niet omheen

 

Ik zie het in de spiegel bij het opstaan in mijn ogen

Zichtbaar, daar.

 

Nog geen tranen, geen geluid

Leegte alleen

 

Dit schreef ik een kleine twee maand terug. Ik herinnerde het mij van een jaar terug: in de auto van huis naar hospice en weer terug. Gemis.

Eerlijk gezegd ben ik blij dat ik die auto niet meer heb. Er zit zo ontzettend veel verdriet in, onverdraaglijk. Maar ach. Let's be real he. Dat zit ook in mij.


 En, wat ik steeds meer waarneem, ook in anderen. Gemis.

"Mag ik met jou samen naar Bert? Ik wil graag weten waar hij is..."

Ik merk het in de clubs waar hij zich bij had aangesloten. Gemis. 

We merken allemaal wat hij bracht: vooral zijn verbindende en activerende rol wordt gemist. Zijn GIF-jes, zijn lieve manier van klieren, zijn humor. Zijn aansporing, zijn initiatieven. 

Ik merk het aan de manier waarop mensen bijna naast mij kijken. Het lijkt wel of ze een gat waarnemen. Waar bij mij ondertussen een soort van gewenning optreedt, zagen vrienden, zijn collega's, onze familie hem niet elke dag. De confrontatie met mij is meteen een confrontatie met hun eigen leegte en gemis. Het is soms zo erg dat mensen er niet over kunnen praten. En uit contact gaan. Gelukkig zijn er genoeg die er voor mij zijn, zodat we er voor elkaar kunnen zijn. Het is zo machteloos om verdriet bij een ander waar te nemen en er niets mee te kunnen doen.

Wat hij betekende voor anderen: ik kan het niet opvullen, al zou ik het nog zo graag willen. Dat luisterende oor, zijn kalmerende en relativerende vermogens. Zijn begrip. 

Die leegte is een vreselijk spook. Er is geen troosten tegen. Ik kijk naar dat spook, en denk, wat zou ik jou graag een enorme rotschop verkopen. Maar je weet het, een spook is leeg. Als je leegte  een rotschop verkoopt rol je ondersteboven. En dat doet alleen maar zeer. 

Ik pas er niet alleen niet omheen, ik kan er ook niet omheen. 

Ik heb het ermee te doen.